Menu

De bijbel over vluchtelingen

Omzien naar vreemdelingen is een opdracht die God al vanaf het begin aan zijn kerk heeft gegeven. Deze opdracht komt veelvuldig in zowel het Oude als het Nieuwe Testament naar ons toe. Het feit dat het één van de werken van barmhartigheid is (Mat 25:35) onderstreept nog een keer duidelijk hoe serieus God hierover is! Hij wil dat wij ons blijven herkennen in de positie van de vreemdeling. Die herkenning zal onze omgang met vreemdelingen stempelen.  Weerspiegelen we in ons handelen onze God, die vreemdelingen zo nadrukkelijk in bescherming neemt?

Vluchtelingen in de Bijbel

Bijna zo lang als de wereld bestaat, zijn er mensen op de vlucht. Adam en Eva waren de eerste vluchtelingen, toen ze niet langer in het Paradijs mochten wonen. Totdat Jezus terugkomt zal dit zo blijven. In de Bijbel komen we veel verschillende vluchtelingen tegen.

  • Abraham, Isaäk en Jakob zijn alle drie tijdens hun leven gevlucht vanwege hongersnood (Gen. 12:10, 26:1, 42:1-2). We zouden hen nu economische vluchtelingen noemen.
  • Mozes is gevlucht omdat hij een Egyptenaar had gedood (Ex. 2: 11-15). Net als David is hij een voorbeeld van een politieke vluchteling.
  • Jezus is de meest bijzondere vluchteling in de Bijbel. Als baby moest Hij vluchten naar Egypte (Mat. 2: 13-15). Aan het einde van Zijn leven vluchtten zijn volgelingen bij Hem vandaan. Zelf gaf Jezus zich vrijwillig over aan de soldaten die Hem zochten.
  • Na Jezus’ dood werden de ontstane christengemeenten vervolgd en verstrooid (Hand. 8:1).

 

Verspreiding van het evangelie

Doordat mensen vluchten of om andere redenen migreren ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor de verspreiding van het Evangelie.

Als eerste reist het Evangelie met mensen mee naar anderen, zoals dat nu bijvoorbeeld in de zending gebeurt.

  • Het dienstmeisje van Naäman vertelt over de profeet in Samaria (2 Kon. 5: 2-4).
  • Naömi vertelt in Moab haar schoondochters over haar God (Ruth 1:16).
  • De verstrooide eerste christelijke gemeente trekt de wereld in en verkondigt het Evangelie (Hand. 8:4).

Als tweede trekken vreemdelingen naar plekken met mensen die het Evangelie al kennen.

  • Salomo bidt voor de vreemdelingen in Israël (2 Kron. 6: 32-33), hele volken zullen in Jeruzalem op zoek gaan naar de Here God (Zach. 8: 20-22).
  • De kamerling hoort het Evangelie op de terugreis vanaf Jeruzalem (Hand. 8: 27-28).

Gods zorg voor de vreemdeling

God vraagt van ons zorgzaam te zijn voor vreemdelingen. “En wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, zult u hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u verblijft; u zult hem liefhebben als uzelf, want u bent vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HEERE, uw God.” (Lev. 19: 33-34, zie bijvoorbeeld ook Deut. 10:17-18, Ez. 47:21-23).
Jezus vertelt zelf ook over vreemdeling zijn. Het goede dat je voor je naaste doet, ziet Jezus alsof het voor Hemzelf gedaan is. Hierbij hoort ook het onderdak verlenen aan de vreemdeling (Mat. 25:25-36). Sommigen hebben hierdoor onwetend engelen geherbergd (Hebr. 13:2).

Bron: Stichting Gave.

Diaconaal Steunpunt is

Derk Jan Poel

Teamleden van Diaconaal Steunpunt