de Bijbel over samenlevingsdiaconaat

Het is niet de bedoeling om een compleet overzicht te geven van alle bijbelwoorden die betrekking hebben op ons onderwerp. Veelmeer proberen we een duidelijke bijbelse lijn uit te zetten. Daarna wordt dit concreter uitgewerkt. Met dank aan de GKv van Hardenberg-Baalder en –Baalderveld.

1. Bijbelse gegevens rond samenlevingsdiaconaat

1.1 Verkondig het evangelie
Als uitgangspunt kiezen we Mat. 28:18 en 19, waar Jezus zijn volgelingen erop uit stuurt: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde. Gaat dan henen, maak al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. Dit is een centrale opdracht als het gaat om onze plaats in de samenleving. Zo willen we de eer van onze God groot maken.

1.2 Woord én daad
Het is een bijbelse gedachte dat woord en daad één moeten zijn. Geloven zonder bijbehorende werken te doen noemt Jakobus zelfs een dood geloof [2:26 …zo is ook het geloof zonder werken dood] Zo ook vers 14: Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Ook in het uitdragen van het evangelie horen woorden en daden samen te gaan.

1.3 Tot eer van God
Daden dienen om woorden te onderstrepen, als middel waardoor mensen Gods daden zullen verheerlijken. Jezus noemt zijn volgelingen zelfs ‘het licht der wereld’ [Matt. 5:14] en vervolgt: ‘Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken’.

1.4 Het grote gebod
Dit verrichten van goede werken moet in bijbelse termen gericht zijn op onze naaste. ‘Meester, wat is het grote gebod in de wet?’ wordt aan Jezus gevraagd. Hij antwoordt: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’ [Matt. 22:37-40]

1.5 Wie is die naaste?
Wanneer mensen aan de Here Jezus deze vraag stellen, dan vertelt Hij een gelijkenis. Degene die barmhartigheid toont en diaconale hulp verleent, is een Samaritaan. Opvallend is dat Jezus in zijn antwoord de nadruk legt op ‘naaste zijn’ in plaats van een ‘naaste hebben’. Hij vraagt: ‘Wie van deze drie, dunkt u, dat de naaste geweest is…?’ Uit deze gelijkenis blijkt ook dat het begrip ‘naaste’ niet beperkt is tot de eigen gemeenschap; naaste zijn kun je ook voor wie niet tot je ‘groep’ behoort!

1.6 Naar binnen én naar buiten
Naaste zijn is zowel naar binnen als naar buiten gericht. Rom. 12:17 ‘Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen’. In Matt. 25:31-46 benadrukt Jezus dat onze liefde tot God blijkt uit onze houding tot de hongerige, de vreemdeling, de arme en de gevangene: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan’. In 2 Petrus 1:5 e.v. wordt geschreven: ‘Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, … door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde [jegens allen]’. Galaten 6:10 tenslotte: ‘Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten’. 

1.7 Christus als het goede voorbeeld
Vóór alles geldt voor christenen de oproep om de gezindheid van Christus te vertonen; ‘de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen’. [Matt. 20:28] In Filip. 2:5-7 lezen we de indrukwekkende oproep: ‘Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen…’

1.8 Wat zegt God nog meer in de bijbel?

We voegen nog enkele bijbelwoorden toe, die deze gedachtegang ondersteunen:
- Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde. [Hand. 13:47]
- …en u doe de Here toenemen en overvloedig worden in de liefde tot elkander en tot allen… [1 Thess. 3:12]
- De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven, want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland… [Lev. 19:10]
- Voorwaar, hij [=de rechtvaardige koning namens God] zal de arme redden, die om hulp roept, de ellendige, en wie geen helper heeft. [Ps. 72:12]

1.9 Wat is onze conclusie?
Allerlei andere woorden uit de bijbel zouden nog toegevoegd kunnen worden, maar de gedachtegang is duidelijk: christenen zijn geroepen om te dienen, en wel in drie richtingen: het dienen van de Here, dienst aan de broederschap [oftewel gemeentediaconaat] én dienst aan de samenleving [dus samenlevingsdiaconaat]. Dat laatste staat voorop in het vervolg: gericht zijn op de samenleving.

2. Een stap concreter

In dit gedeelte proberen we de bijbelse lijn te concretiseren; concrete ideeën komen daarna pas aan de orde.

2.1 Héél de gemeente
Uit het beleidsplan voor de evangeliserende gemeente Hardenberg-Baalder en –Baalderveld citeren we twee kenmerken van de Nieuwtestamentische gemeente:
a. getuigende gemeente - Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ‘Gij zijt het zout der aarde’ en ook ‘gij zijt het licht der wereld’. Zonder zout is de wereld zouteloos, smakeloos en bedorven; zonder licht is de wereld duisternis. Aan de kerk wordt de opdracht gegeven om het evangelie te verkondigen. De gezindheid van Jezus Christus moet bij christenen blijken: Hij zocht wat verloren was; hij vertelde over het verloren schaap. Christenen horen getuigen van Christus te zijn.
b. dienende gemeente - Jezus was de grote diaken, degene die gekomen was om te dienen. Typerend is het verhaal over de barmhartige Samaritaan: met innerlijke ontferming bewogen. Jezus heeft een gestalte van een dienstknecht aangenomen: laat die gezindheid bij u zijn… En wat je ook gedaan hebt aan de minste van mijn broeders, zegt Jezus dat heb je gedaan aan Mij. Daarnaast geldt: doet wel aan állen, in het bijzonder aan geloofsgenoten.
Deze opdrachten gelden niet enkel voor de kerkenraad of voor diakenen, maar voor ieder gemeentelid. Dit geeft inhoud aan het ‘ambt van alle gelovigen’. De diakenen hebben in de diaconale gemeente een stimulerende, coördinerende en leidinggevende rol.

2.2 Grondhouding en gedrag en doelgroepen
Serier onderscheidt twee zaken; allereerst: Wat is onze bijbelse grondhouding t.o.v. mensen die buiten de kerkgemeenschap staan en die in moeilijke omstandigheden verkeren? Deze grondhouding wordt gekenmerkt door termen als: liefhebben, ontferming, bewogenheid, sociaal-voelendheid en betrokkenheid. Het gaat om iets wat binnen in mijzelf gebeurt; iets wat als zodanig nog niet ‘aan de buitenkant’ behoeft opgemerkt te worden. Het heeft te maken met ‘intenties’, met wat mij drijft om bepaalde dingen te willen doen.
Bij gedrag gaat het om zichtbare dingen. De acties die uitgevoerd worden door een mens. Deze komen natuurlijk voort uit een bepaalde grondhouding.
Trefwoorden uit de bijbel hierbij zijn: bevrijding, helpen, redding, ontferming, recht-doen, uitnodigen, zorgen, goeddoen, barmhartigheid, weldadigheid, uitdelen, vertroosten, ondersteunen, voeden, kleden, evangelie verkondigen.
Doelgroepen die in de bijbel worden genoemd zijn: vreemdeling, ellendige, arme, wees/weduwe, nooddruftige, naaste, verdrukte, hongerige, blinde, kreupele, melaatse, zieke, dove, verminkte.

Het is nodig om deze kernwoorden te overdenken en na te gaan wat in onze tijd hiervan de betekenis is.

2.3 Werken op vier niveaus
Serier onderscheidt in het externe diaconale werk vier niveaus:
1. Helpen in je persoonlijke omgeving
Enkele voorbeelden: burenhulp, aandacht voor zieke en stervende mensen, sociaal zwakkeren, eenzamen, allochtonen, klusjes voor de buren, boodschappen doen voor een zieke buurvrouw, hulp aan een gescheiden buurvouw, signaleren van hulpbehoefte op grotere schaal.
2. Helpen op het niveau van de eigen gemeente
Enkele voorbeelden: groepsgewijze aanpak o.l.v. diakenen, allochtone jongeren, eenzame ouderen, opvang in kerkgebouw, gezamenlijke ontmoeting.
3. Regionale opvang
Enkele voorbeelden: grotere projecten, asielzoekerscentrum, SOS opvanghuis in Stadskanaal.
4. Landelijke opvang
Enkele voorbeelden: stichting Kuria, De Driehoek, Dit Koningskind, ouderenzorg, jeugdhulpverlening, maatschappelijk werk.

3.4 Enkele kernvragen
Het is van belang om aandacht te schenken aan de volgende vragen:
- Welke doelgroepen kunnen we onderscheiden in Baalder en Baalderveld?
- Hoe kunnen we bij gemeenteleden een goede grondhouding en gedrag stimuleren?
- Niveau 1: welke mogelijkheden zijn er?
- Niveau 2: welke projecten zijn er mogelijk en gewenst?
- Wat stellen we aan concrete stappen voor op dit niveau 2?

terug