Armzalig: informatief en deskundig

Armzalig is een uitgave van ForumC en Stichting Christelijke Schuldhulppreventie (SCS). Wieke Malda-Douma, de redacteur van Armzalig, schrijft in de inleiding: “Met dit boek willen we laten zien dat armoede en schuldenproblematiek alles met elkaar te maken hebben, en dat beide prominent in onze samenleving aanwezig zijn. Door financiële problemen worden veel mensen uitgesloten van de samenleving. Dat is een schrikbeeld voor een westers, geciviliseerd land. Maar deze schaduwkant van onze beschaving is niet meer weg te denken. We krijgen er té vaak mee te maken.

ForumC (voorheen Sensor) wil christelijk geloof verbinden met vragen van de samenleving, de cultuur en het eigen leven. SCS wil als stichting een rol spelen op het gebied van schuldpreventie door te fungeren als kennisorganisatie voor met name kerken en als platform voor kerk, politiek, maatschappij en bedrijfsleven. Als deze twee organisaties de handen ineen slaan om een publicatie over het omgaan met geld en goed te verzorgen, dan leidt dat tot bezinning op geld en goed vanuit het perspectief van de keerzijde ervan: armoede en schuldproblematiek. Wat is armoede en wat moeten we daarmee? Dat zijn de vragen die in dit boek centraal staan.

Zijspoor
In het eerste hoofdstuk maakt Tjirk van der Ziel op een overtuigende manier duidelijk wat armoede is, terwijl hij er terecht ook op wijst dat het lastig is om armoede goed in kaart te brengen omdat er ook veel onzichtbare armoede bestaat. In elk geval is armoede meer dan gebrek aan geld. In Europa wordt sinds 1994 een specifieke definitie gebruikt die het gebrek aan middelen accentueert: “Armen zijn mensen, gezinnen en groepen mensen wier middelen (materieel, cultureel en sociaal) zo beperkt zijn, dat zij uitgesloten zijn van de minimaal aanvaardbare levenspatronen in de maatschappij waarin zij leven”.
Deze omschrijving laat daarmee ook zien dat armoede relatief is: wie arm is in de ene maatschappelijke context, is het in een andere maatschappelijke context misschien niet of minder. Maar de overeenkomst is steeds dat het gaat om “mensen die niet kunnen meekomen, die geen volwaardig lid van de samenleving (meer) zijn. Ze zijn op een zijspoor gezet, afgeschreven, uitgerangeerd.” Van der Ziel merkt dan ook op dat het probleem van rijk en arm al zo oud is als de mensheid, maar dat het telkens in een andere gedaante opdoemt: eeuwenlang in de vorm van uitbuiting, maar nu, in de één-en-twintigste eeuw, in de vorm van uitsluiting!

Het bijbelse drama
Heeft de Bijbel ook iets te zeggen over de vraag wat armoede is? Dat thema bespreekt Sjoerd Heij in het tweede hoofdstuk. Hij vraagt er aandacht voor dat de Bijbel op een gevarieerde manier spreekt over armoede. “Soms wordt armoede gezien als een straf, soms als een kans om dichtbij God te leven. Soms als iets wat ons overkomt, soms wordt de oorzaak meer bij onszelf gelegd.” Heij gebruikt ‘het bijbelse drama’ om op het spoor te komen van wat de Bijbel over armoede zegt. Verschillende aspecten van (rijkdom en) armoede passeren de revue aan de hand van de vier bedrijven van dat drama: schepping, val, verlossing en herstel.
Er ligt een mooie verbinding tussen de beide eerste hoofdstukken. Tjirk van der Ziel gebruikt de reisbeschrijvingen van de Poolse journalist Kapuscinski om het schrille contrast tussen het paradijs van de rijkdom en de hel van de armoede te laten zien. Arme mensen staan er meestal alleen voor en redden het vaak niet. Volgens Kapuscinski is daarmee alles gezegd over de zwakheid van de mens en hij schrijft dan: “Bewijst dit niet dat de mens van nature een onhandig, onbekwaam, passief verloren schepsel is, een wezen dat de hele tijd moet uitkijken naar God en Hem om hulp moet vragen?”. Sjoerd Heij laat zien dat verlossing niet alleen een geestelijk gebeuren is, maar ook praktisch gestalte krijgt als Gods genade mensen in beweging zet om de liefde van Christus uit te stralen en door te geven aan (vaak hulpeloze) medemensen in situaties van armoede en schuld.

Machteloosheid
Wat is armoede en wat moeten we daarmee? Dat zijn de vragen die in dit boek centraal staan. Tussen die twee vragen schommelt nog een derde vraag: wat doet het verschijnsel armoede met ons? Zowel in de inleiding als in het slotwoord benoemt Wieke Malda de emoties die vaak met het begrip ‘armoede’ samenhangen. We krijgen er een schuldgevoel van, maar dat brengt ons vaak niet tot actie, maar leidt in veel gevallen tot onverschilligheid over het lot van de ander. Maar er is ook sprake van machteloosheid: is het armoedeprobleem niet onoplosbaar? En die vraag maakt ons ook angstig. Want armoede kan iedereen treffen en heeft enorme implicaties. Onze wereld is gebroken. Uitsluiting en uitzichtloosheid door armoede zijn de ergste dingen die een mens kunnen overkomen.
Deze emoties hangen samen met de manier waarop wij (bewust of onbewust) aankijken tegen armoede en arme mensen. Ze hangen ook samen met de denkpatronen over rijkdom en geluk in onze welvaartscultuur. In hoofdstuk 3 vraagt Willy Bakker-Huizinga zich af in hoeverre wij (nog) kunnen genieten? Of zijn we zo geprogrammeerd door het ‘meer, meer, meer’ dat daardoor elk gevoel van tevredenheid verdwijnt? Op haar eigen manier legt zij ons haar visie op de ‘economie van het genoeg’ voor. Ik vind het een fijngevoelig hoofdstuk waar ouders veel aan kunnen hebben als ze hun kind(eren) enig financieel bewustzijn proberen bij te brengen.

Jubeljaar
In hoofdstuk vier geeft Herman Noordegraaf op beknopte, maar deskundige wijze een overzicht van de geschiedenis van het christelijk-sociaal denken en van het Nederlandse zorgstelsel tot op vandaag. Hij begint zijn hoofdstuk trouwens met een mooi voorbeeld van de manier waarop we bijbelse richtlijnen (in dit geval over het zogenaamde jubeljaar) naar onze situatie van vandaag kunnen vertalen.
Noordegraaf maakt duidelijk dat de verzorgingsstaat (met allerlei zorgvoorzieningen) van het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog inmiddels sterk versoberd is. Het regeringsbeleid is erop gericht om de verantwoordelijkheid voor allerlei vormen van hulp steeds meer terug te leggen bij de burgers zelf. Een stevig obstakel voor dat beleid is dat deze burgers het mede door eerder regeringsbeleid verleerd zijn om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen en elkaar te helpen en te ondersteunen (één van de pijlers van de WMO: Wet maatschappelijke ondersteuning!). Volgens verschillende kabinetten Balkenende is het belangrijk dat mensen weer normen en waarden leren en manieren vinden om maatschappelijke solidariteit in hun eigen leefsituatie vorm te geven. Want iedereen moet ‘meedoen’ (sleutelwoord van de WMO). Terecht maakt Wieke Malda de opmerking (in het slotwoord) dat solidariteit een oerchristelijke term is en bij uitstek een kenmerk van de christelijke gemeente is. Die solidariteit wordt gevoed en gestimuleerd omdat de kerk “een plaats is waar iedereen op gelijke voet staat en leeft van genade”.

Kernactiviteit
Daarom komt het diaconaat als een kernactiviteit van de christelijke gemeente ook nadrukkelijk in beeld in hoofdstuk 5. Het is geschreven door Herman van Well die vanuit de Bijbel en vanuit de geschiedenis het ‘gezicht’ van het diaconaat laat zien. Hij typeert diaconaat als “de bijbelse dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in navolging van Christus”.
De directeur van de Stichting Christelijke Schuldhulppreventie (SCS), Joop van Delden, bespreekt in hoofdstuk 6 de schuldhulpverlening en de schuldpreventie. Hij beschrijft het traject dat gevolgd moet worden bij schuldhulpverlening en benadrukt het belang van schuldpreventie. Het is leerzaam om geïnformeerd te worden over de verschillende instanties die bij schuldhulpverlening een rol spelen, maar ook over knelpunten die zich daarbij voordoen.

Relevant
Volgens het Woord vooraf (namens ForumC en SCS) is Armzalig een actueel, bijbels en verfrissend boek. Ik onderschrijf die typering. Op een beknopte manier (een kleine honderd bladzijden!) krijg je als lezer relevante informatie en meningsvorming over armoede onder ogen. Die relevantie wordt nog verhoogd omdat tussen de zes hoofdstukken kleinere artikelen zijn opgenomen waarin allerlei verwante onderwerpen aan bod komen, zoals de toegankelijkheid van de schuldhulp, de rolverdeling tussen overheid en kerken en de voedselbanken.
Een meer kritische kanttekening zou kunnen zijn dat lezers die willen weten hoe ze nu van week tot week en van maand tot maand op een verantwoorde manier met hun geld en goed kunnen omgaan, weinig concrete aanwijzingen krijgen. Ze worden nog het meest geholpen door Willy Bakker in hoofdstuk drie, hoewel die meer op bewustwording en houding inspreekt dan op het daadwerkelijk handelen. Lezers worden wel attent gemaakt op het onderwijsprogramma ‘Jouw geld telt’ (van Crown Life), waarbij wel erg gemakkelijk beweerd wordt dat het eenvoudig toepassen van bijbelse basisprincipes inzake geld en goed ons bij het ervaren van persoonlijke financiële vrijheid brengt. Zo’n bewering spoort ook minder met een andere bewering in Armzalig, namelijk dat allerlei bijbelteksten niet zomaar een-op-een op vandaag zijn toe te passen.
Mijn typeringen van Armzalig zijn: informatief, deskundig en relevant. Ik kan het iedereen aanbevelen, of je nu diaken bent of niet.

Wieke Malda-Douma (red.), Armzalig, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief, 2009; ISBN 978 90 5881 468-5; 110 blz.; € 13,50. terug