Diaconie en WMO

De WMO is de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning. De WMO biedt een mogelijkheid om het diaconale hart van de gemeente in de samenleving te laten spreken. Hoe? Daarover lees je hier meer.

Begin van dit jaar is de vernieuwde Wmo in werking getreden. Met de invoering van deze wet doet de overheid nadrukkelijk een stap terug. Wanneer we nu hulp nodig hebben, wordt concreet van ons verwacht dat we eerst een beroep doen op onze eigen omgeving en daarna pas op de overheid. Wat betekent dat voor kerken?

Download een bijdrage uit de kerkbode!

Download de informatiemap WMO!

Relevante websites

Aan de slag met de WMO

Welke stappen kunnen kerken plaatselijk zetten in verband met de WMO? Hieronder staat een model waarin de diaconie het voortouw neemt.

1. Verkenning
Wat is de WMO, waarover gaat deze wet, wat zijn de landelijke en plaatselijke ontwikkelingen?

  • Lees de informatiemap WMO, zoek op internet, verzamel krantenknipsels.
  • Vraag iemand om een korte inleiding over de WMO te houden in de diaconievergadering.
  • Bespreek de verschillende visies die de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling in beeld brengt; zie daarover hoofdstuk 3 in deze WMO-map.
  • Verzamel relevante documenten – zowel algemeen als plaatselijk – in een informatiemap die de diaconie als naslagwerk kan blijven gebruiken.

2. Zoek aanknopingspunten
Denk na over uw visie op kerkzijn in de samenleving en de rol van het diaconaat daarin.

  • Overweeg daarbij op welke wijze de WMO een plaats in uw diaconale werk krijgt.
  • Bespreek welke aanknopingspunten u ziet, bijvoorbeeld in verband met het loket, de plaatselijke WMO-raad of per prestatieveld.

3. Zoek samenwerking
Benader de andere kerken in de woonplaats of regio en ga na of samenwerking mogelijk is.

  • Neem contact op met de relevante personen.
  • Beleg een gezamenlijke bijeenkomst of vorm een gezamenlijke werkgroep en herhaal in deze werkgroep stap 1 en 2.

4. Organiseer een informatiebijeenkomst
Laat u informeren over de lokale stand van zaken door zelf een informatiebijeenkomst te organiseren.

  • Beslis of u deze bijeenkomst organiseert voor uw werkgroep óf voor een breder publiek.
  • Vraag de plaatselijke wethouder (en betrokken ambtenaar) tijdens de bijeenkomst te vertellen wat de gemeente op dit moment doet. Heeft de gemeente een beleidskader of startnotitie? Is de gemeente al bezig met een zorgverordening? Hoe gaat zij uitvoering geven aan indicatiestelling, persoonsgebonden budget, eigenbijdrageregeling, organisatie en inrichting van het ene zorgloket, betrokkenheid van cliënten en informatievoorziening aan burgers?
  • Nodig ook de plaatselijke belangenorganisaties uit (gehandicaptenorganisaties, ouderenbonden, etc) en vraag hen de knelpunten en de positieve kansen aan te geven die zij zien. Vraag hen om zo concreet mogelijk te zijn en dat te doen met voorbeelden.

5. Maak een keuze
Kies als kerkelijke werkgroep met welke onderdelen van de WMO u aan de gang wilt gaan.

  • In deze fase wordt de visie op diaconaat en op de rol van diaconie met WMO gekoppeld aan de reële aangrijpingspunten die uit de informatieverzameling voortkomen.
  • Maak de keuze mede op basis van actuele ontwikkkelingen en de afweging of je een bijdrage kunt en wilt leveren aan wat er al door anderen gedaan wordt.
  • Beperk je, stel prioriteiten, en formuleer daarbij zo concreet mogelijke doelen.

6. Blijf samenwerken
Werk samen met plaatselijke organisaties die op het gekozen onderwerp actief zijn.

  • Bouw contacten op met organisaties in uw eigen gemeente en organiseer in het eerste én tweede jaar van de WMO een vervolgoverleg; maak gebruik van de gemeentegids of de eigen sociale kaart.
  • Bepaal telkens hoe ver je samenwerking gaat: elkaar informeren, activiteiten op elkaar afstemmen of iets gezamenlijks opzetten.
  • Stel je eigen doelen zo nodig bij in het licht van de samenwerking.


Een paar algemene aandachtspunten

  • Maak voor alle activiteiten een taakverdeling, een tijdschema, een draaiboek en zorg voor financiering en publiciteit.
  • Maak zichtbaar in de lokale pers en in uw eigen kerkelijke gemeente wat u doet.
  • Informeer als diaconie de predikant en de kerkenraad over de WMO. Het gaat ook hen aan, want diaconaat en pastoraat vloeien vaak ineen, vooral als het gaat om groepen die sociaal en economisch in de knel zitten.
  • In regionaal/streekverband is de invalshoek van ‘leefbaarheid van kleine kernen’ mede belangrijk.
  • Ga na welke regionale organisaties (steunpunt mantelzorg, welzijn- en zorginstellingen enz.) met het oog op de WMO belangrijk zijn. Zij kunnen vaak informatie, advies en ondersteuning bieden.