wat is diaconaat?

Diaconaat is het handelen vanuit kerken en andere door het evangelie geïnspireerde groepen en bewegingen dat gericht is op het voorkomen, opheffen, verminderen, dan wel mee uithouden van met name sociaal-maatschappelijke nood van individuen en van groepen mensen en op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen.

(Uit: Handboek Diaconiewetenschap. Barmhartigheid en Gerechtigheid. Auteur: Noordegraaf. Uitgever: Kok, Kampen, 2004.)

wat is de taak van de diaken

Een ambtstermijn van 3 of 4 jaar, wat heeft de voorkeur?

De bijbel zegt niets over de ambtstermijn zoals wij die kennen. De termijn van 3 of 4 jaar die wij kennen is nergens vastgelegd en in de praktijk worden beide gehanteerd. Er zijn ook kerken die wisselen.

Oorspronkelijk was de termijn één jaar, al snel twee. In de 17e eeuw heeft Voetius voorgesteld om de periode naar 3-5 jaar te brengen. Officieel is dat niet overgenomen (de eerstvolgende synode na Voetius was pas in 1905), maar in 1905 is de kerkorde zo aangepast, dat er niet meer staat dat telkens de helft dient af te treden (zinvol bij een periode van 2 jaar), maar dat een evenredig deel dient af te treden.

De kerkorde zegt er nu over (artikel 23): “de ouderlingen en diakenen zullen twee of meer jaren dienen, afhankelijk van de plaatselijke regeling. Als regel treedt elk jaar een evenredig deel af.” (dat betekent dat bij een periode van 4 jaar elk jaar een kwart aftreed en bij een periode van 3 jaar elk jaar een derde deel). De historische achtergronden kun je lezen in het commentaar van Joh. Janssen op artikel 23.

In de nieuwe kerkorde is een wijziging aangebracht en is de minimale termijn verhoogd naar drie jaar:

B26.1 De ouderlingen en diakenen vervullen hun ambtsdienst drie of meer jaren, afhankelijk van de plaatselijke regeling.

Er is in het verleden wel eens begin gemaakt van een opsomming van mogelijke voor- en nadelen voor een periode van drie jaar (tov vier jaar). Deze opsomming is niet compleet.

Mogelijke voordelen:

  • Een kortere belasting voor de ambtsdrager
  • Een kortere belasting past bij de trend om kortlopende verplichtingen aan te gaan. Maar kortlopend is vaak projectmatig, een paar maanden. In de praktijk zie je dat voor ‘bestuurlijke’ functies (waaronder ik voor het gemak ook maar even de ambten reken) een klein groepje mensen geïnteresseerd is. Wanneer een ouderling uit de kerkenraad is wordt hij vaak al snel benoemd tot voorzitter van een commissie of gaat hij zich al snel actief inzetten voor bijv. de plaatselijke politiek. Ook zie ik veel ex-ambtsdragers die benoemd worden tot wijkwerker. Dus verplichtingen houden ze toch wel.
  • Mogelijk daardoor meer mannen die zich beschikbaar stellen
  • Een kortere periode is vaak wel eenvoudiger met bijv. een werkgever af te stemmen (wanneer je minder beschikbaar wilt zijn voor je werk omdat je ambtsdrager bent). Dat kan mannen over de streep trekken.

Mogelijke nadelen:

  • Je effectieve tijd is korter: reken ruwweg een jaar om in te werken. Het derde jaar staat vaak al weer voor een deel in het teken van afbouwen en overdracht. Er blijft dus minder tijd over om ‘effectief’ te werken in de gemeente
  • Omdat een groter deel (1/3e ipv 1/4e van de KR zich continu aan het inwerken is (en in de praktijk meer dan 1/3e omdat er ook mensen tussentijds uitvallen) wordt de werkdruk op de overige 2/3e aanmerkelijk groter. De indruk bestaat, dat de grote werkdruk nu al een drempel is om een ambt te aanvaarden. Dit maakt dat niet beter.
  • Je bouwt minder expertise op. Als een ambtsdrager globaal een jaar inwerkt, dan een jaar gewoon z’n werk doet en daarna zich eens wil ontwikkelen in zijn ambt weet hij dat hij na nog een jaar al weer uit de KR is. Waarom zou hij dan eens een cursus volgen of naar een conferentie gaan?
  • Visie en beleid (ook voor de diaconie!) moeten worden geborgd. Overdracht hiervan wordt nog belangrijker, om koers te houden
  • Je hebt minder tijd om relaties op te bouwen. Je moet in een kortere periode dienstbaar zijn aan dezelfde wijk qua grootte. Minder tijd dus om alle wijkleden te bezoeken. Bovendien krijgen gemeenteleden vaker een nieuwe ambtsdrager, ze moeten dus vaker hun problemen aan nieuwe personen vertellen
  • Heeft gevolgen voor talstelling. Je hebt jaarlijks meer mensen nodig. Stel je hebt 12 diakenen. Dan moet je er bij een periode van 4 jaar jaarlijks een evenredig deel worden vervangen: 3 diakenen (bij dubbeltallen 6 kandidaten) en bij 3 jaar treed jaarlijks een evenredig deel van 4 diakenen af (dubbeltallen 8 kandidaten)

Vaak wordt deze keuze ingegeven door werkdruk en door vacatures. Het is sterk de vraag of de keuze om van 4 naar 3 te gaan op langere termijn wezenlijk voordelen oplevert. Ook dan zijn er vaak nog vacatures en ontheffingen.

Ik ben een nieuwe diaken. Heb je tips voor mij?

Staat je vraag er niet bij?

Stel je vraag dan via het onderstaande formulier.

1 + 7 = ?