handreiking goede doelen

Overwegingen bij het geven van giften

Van diakenen mag worden verwacht dat ze oog hebben voor de nood in en buiten de gemeente. Financiële steunverlening en giften aan hulporganisaties horen daarbij. Het is voor een diaconie gewenst om een giftenbeleid vast te stellen. Dat voorkomt dat bij elk steunverzoek een discussie gevoerd moet gaan worden over de betreffende hulporganisatie en over het steunverzoek.

Welke organisaties komen in aanmerking voor een gift?

Er bestaat een lijst met namen van organisaties die als goede doelen zijn aangemerkt. Daarnaast zijn er nog veel goede doelen die niet op die lijst staan vermeld, maar die (regelmatig) aan diakenen een verzoek doen om financiële ondersteuning. Om diakenen te helpen bij de vraag of deze andere goede doelen voor een diaconale gift in aanmerking komen, is een handreiking ontwikkeld.

Relevant

De volgende linkjes zijn ook relevant:

quota organisaties

 noodhulporganisaties

De criteria

  • DOEL VAN DE ORGANISATIE

    A.  Het diaconale en Christelijke karakter van de instelling

    1. Is het werk van de instelling diaconaal van aard, m.a.w. is het gericht op gerechtigheid en barmhartigheid om zo zwakke, kwetsbare en arme mensen tot ‘hun recht’ te laten komen?

    Met diaconaal wordt bedoeld dat de hulpverlening is gebaseerd op en voortkomt uit de gerechtigheid in Christus die in liefde en barmhartigheid voor de naasten tot uitdrukking komt.

    2. Wordt het barmhartigheidwerk verricht vanuit christelijke beginselen en wordt gerechtigheid nagestreefd?

    Wat is de grondslag van de instelling (gereformeerd, christelijk, niet christelijk) of wordt de hulpverlening door Christus’ gemeente ter plaatse uitgevoerd of ondersteund?

    3. Komt het werk van de instelling ook ten goede aan niet-christenen?

    (Nood)hulp geven ongeacht ras, religie, sexe, politieke overtuiging, sociale of etnische afkomst is een bijbelse opdracht. Projecten/doelen gericht op hulpverlening aan christenen mogen een streepje voor hebben. Dat mag er echter niet toe leiden dat alleen instellingen worden gesteund die zich uitsluitend richten op hulpverlening aan christenen.

    Samenvatting: Staat het diaconale en christelijke karakter van de instelling buiten twijfel?
    Ja, ga verder met B. Nee, overweeg om het verzoek af te wijzen.

  • VERBINDING TUSSEN BETROKKEN KERKEN

    B.  Betrokkenheid van de gevende en de ontvangende kerkgemeenschap

    4. Wordt in de hulpverlening samenwerking gezocht met (een) de lokale christelijke kerk(en)
    of wordt de samenwerking door de hulpverlening bevorderd?

    Samenwerking met andere lokale kerken bevordert de gemeenschap der heiligen en de benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid.

    5. Is er voldoende draagvlak aanwezig of te verkrijgen in de eigen kerkelijke gemeente voor de activiteiten van de hulpverlenende instelling?

    Des te dichter een organisatie bij de kerkelijke gemeente staat, des te meer betrokken de leden van de gevende kerkgemeenschap zullen zijn.

    6. Zijn leden van de kerkelijke gemeente betrokken bij het bestuur van de instelling?

    Als leden van de kerkelijke gemeente betrokken zijn bij het bestuur, dan bevordert dat de toegang tot informatie over de aard en doelstelling van de hulpverlening.

    7. Wordt het diaconale bewustzijn van de eigen kerkelijke gemeente opgebouwd door de hulpverlening?

    Laat de instelling aan de kerkelijke gemeente verslag doen over de besteding van de ontvangen gelden en vraag de gemeente voorbede te doen. Concretiseer de hulpverlening door foto’s, verslagen van activiteiten, contact mogelijkheden.

    Samenvatting: Is er voldoende betrokkenheid en draagvlak bij de gevende en bij de ontvangende kerkgemeenschap aanwezig c.q. te verkrijgen?
    Ja, ga verder met C. Nee, overweeg om het verzoek af te wijzen.

  • HELDERHEID EN TRANSPARANTIE

    C.  Transparantie

    8.    Is de doelstelling van de hulpverlening concreet en is aangegeven wat de doelgroep is?

    De doelgroep dient vooral de zogeheten gemarginaliseerden in de gemeenschap/samenleving
    te zijn (vrouwen, kinderen, hiv/aidsslachtoffers, daklozen, vluchtelingen).

    9.    Is er een Cbf of Rfb keurmerk en wordt de instelling ook al gesubsidieerd door de overheid?

    De keurmerken van Cbf (Centraal Bureau Fondsenwerving) en van Rfb (Raad voor financiële betrouwbaarheid) garanderen dat de instelling transparant is met betrekking tot bestuur en financiën. Anderzijds is een Cbf keurmerk geen garantie voor efficiency.

    10.  Zijn giften de belangrijkste inkomsten van de instelling of ontvangt de instelling ook (in belangrijke mate) subsidie of overheidssteun?

    Diaconieën zouden zich bij voorkeur moeten richten op organisaties die geen of weinig subsidie ontvangen.

    11.  Bestaat er duidelijkheid over de overheadkosten en de hoogte van de directiesalarissen?

    Welk gedeelte van de inkomsten wordt aan  overheadkosten e.d. besteed en wat is het niveau van de directiesalarissen. Welk gedeelte van de inkomsten komt ten goede aan de directe hulpverlening?

    Samenvatting: Bestaat er voldoende duidelijkheid over de doelstelling, de inkomsten en de besteding van de  gelden en is de verzoekende instelling kostenbewust?
    Ja, ga verder met D. Nee, overweeg om het verzoek af te wijzen

     

  • BESTURING EN VERANTWOORDING

    D.  Bestuurlijke kracht en verantwoording

    12.  Is er voldoende deskundigheid/professionaliteit binnen de (leiding van de) instelling en
    hoe solide is de bestuurlijke organisatie?

    13.  Vindt er periodiek toetsing en evaluatie plaats van het uitgevoerde beleid?

    14.  Wordt er verantwoording afgelegd over de doelmatigheid en effectiviteit van de hulpverlening?

    Om antwoord op deze vragen te krijgen, is het raadzaam een jaarverslag van de instelling te bestuderen.

    Samenvatting: Wordt de verzoekende instelling volgens economische principes gemanaged? Nee, overweeg om het verzoek af te wijzen. 

Quota

Het GDD heeft van de synode o.m. de opdracht gekregen om diakenen te adviseren en aanbevelingen te doen inzake (steun aan) deze – landelijk werkzame – gereformeerde zorginstellingen. Op grond van deze opdracht ontvangen diaconieën jaarlijks een aanbeveling met quota’s van het GDD.

Giftenbeleid

Zo kan de diaconie bijvoorbeeld in november vaststellen dat ze in het komende jaar aan niet meer dan 10 met name genoemde hulporganisaties een gift wil geven ter grootte van een bepaald bedrag. Dat voorkomt dan veel discussie. Ontbreekt het de diaconie in november nog aan voldoende informatie over die hulporganisatie, dan kan aanvullende informatie worden opgevraagd.

Wanneer de diaconie graag meerdere organisaties zou willen steunen, kan in een volgend jaar bijvoorbeeld 5 van die 10 uitgekozen instellingen dan worden vervangen door 5 nieuwe organisaties. Zo’n beleid is makkelijk uitvoerbaar en voorkomt steeds terugkerende discussies in de diaconie. Belangrijk aandachtspunt hierin is dat naast een gift deze organisatie ook onder de aandacht wordt gebracht bij de gemeente, dit maakt een beperking van het aantal zinvol.
Daarnaast zal de diaconie altijd wat ruimte in de diaconale begroting moeten reserveren voor (niet te voorziene) noodhulp of projectsteun (zie vorige paragraaf).

Gereformeerde organisaties

Er zijn enkele gereformeerde diaconale organisaties die destijds door de diakenen zelf zijn opgericht (bijv. De Driehoek), of die met instemming en steun van diakenen tot stand zijn gekomen.

Verder zijn er gereformeerde zorginstellingen die later zijn ontstaan maar die een bijzonder hechte relatie hebben met de GKV.
Op grond van hun ontstaansgeschiedenis is er een bijzondere relatie tussen deze organisaties en de diakenen van de GKv. Dat mag ook terugkomen in het giftenbeleid van de diaconie.

Voorbeeldfunctie
De diakenen vervullen door het geven van hun gift ook een voorbeeldfunctie naar de gemeente. Het is daarom belangrijk om het goede doel onder de aandacht van de gemeenteleden te brengen met een opwekking om individueel vrijgevigheid te betonen. Daarvoor is dan wel goede voorlichting nodig.

Noodhulp
Naast hulporganisaties die structurele hulp nodig hebben zijn er voordurend noodhulpprojecten en tijdelijke hulpprojecten die een beroep doen op de diaconieën (bijv. hulpactie voor Darfur). Voor wat betreft noodhulp is het advies in voorkomende gevallen alleen maar giften te geven aan professionele, christelijke (nood-)hulporganisaties (bijv. ZOA, Woord en Daad, Tear). Het DS geeft hierover in voorkomende gevallen voorlichting (met name via de website, e-mail en via Dienst).