Mag de diaconie gerichte giften doorsluizen?

Bestand downloaden: Doorsluizen gerichte giften door diaconie - fiscale aftrek.doc

Auteur(s): 

Een paar keer in de afgelopen maanden heeft een diaken mij een vraag gesteld over gerichte giften van gemeenteleden. Wat moet een diaconie doen als een lid van de gemeente geld geeft aan de diaconie met het verzoek dit geld door te geven aan een bepaald persoon? De gever heeft voor zichzelf tevens de bedoeling om door de gift te komen tot belastingaftrek. In dit artikel wil ik op deze vraag ingaan. Eerst behandel ik ‘geld’. Daarna wat het betekent als de gemeente geeft aan de diaconie. Vervolgens de diverse verantwoordelijkheden van de leden van de gemeente en van de diaconie met betrekking tot het helpen van mensen.



Wie heeft … of wie geeft?
Jezus beperkt de tegenstelling tussen rijkdom en armoede niet tot intermenselijke zaken. Ons omgaan met geld zegt namelijk ook iets over onze verhouding met God. Rijkdom is niet verkeerd, maar als we rijkdom alleen voor onszelf gebruiken, nemen we niet in acht dat rijkdom een gave is van God. Geld is daarom, vanuit het christelijk geloof bezien, altijd een middel, nimmer een doel. Als geld doel wordt, zijn we niet ver van Mammon, de enige god die Jezus noemt naast zijn Vader. Het is niet mogelijk om God en Mammon tegelijk te dienen. Mammon is dus een afgod. Rijk zijn we daarom in Gods ogen niet wanneer we veel geld hebben. Ons geld is namelijk principieel gezien niet van ons, maar van God. We zijn rijk als we, wat we hebben, hetzij veel, hetzij weinig, niet alleen gebruiken voor onszelf, maar ook om anderen mee te dienen. Veel rijken zijn voor God niets anders dan armen met geld. Dus: niet wie heeft is rijk, maar wie geeft is rijk.

Geld is geestelijk
Wie geeft, doet dus wel. Het is daarbij van belang te beseffen dat geld in de gemeente altijd een geestelijk karakter heeft. Want diaconaal geld is geld dat de leden van de gemeente geven aan de Here Jezus. Het wordt niet gegeven aan de diaken, of de diaconie. De Here Jezus gebruikt wel diakenen om deze gaven in te zamelen. Het is de verantwoordelijkheid van diakenen om zorgvuldig te handelen bij dit inzamelen. In dat opzicht geldt: hoe concreter het diaconale doel is, hoe beter. Dan weet de gemeente waarvoor ze offert. Dan kan dat offer gepaard gaan met gebed. Het gebed heiligt het geld.

Door deze wijze van geven, namelijk aan Christus, wordt voorkomen dat de ene mens letterlijk de hand moet ophouden bij de ander. Dat geeft immers een soort afhankelijkheid tussen mensen, die niet past bij de aard van de gemeente van Christus. Wij allen zijn alleen afhankelijk van Hem. Wat wij van Hem hebben ontvangen delen we met elkaar. Zo begon het in de eerste gemeente, waar de rijken goederen en akkers verkochten en de opbrengst aan de voeten van de apostelen brachten. Dezen deelden vervolgens uit aan wie het nodig had. De armen hebben echter hooguit een tekort aan materiele goederen, maar hebben van Christus andere gaven gekregen waar ze de gemeente mee kunnen dienen. Niemand heeft niets, alleen de aard van wat men heeft of de aard van de nood verschilt.

Verantwoordelijkheden
Diakenen delen uit aan wie het nodig heeft. Diaconaal geld is daarom ook wel geld van de armen genoemd. De armen hebben recht op dat geld, want het is al van hen. Het is niet van de diaconie, die beheert dat geld alleen maar. Juist diaconaal geld wil zo snel en zo goed mogelijk de mensen voor wie het bestemd is bereiken. Vanuit dat oogpunt is het niet juist om collecten voor diaconale doeleinden lang op de eigen bank te laten staan alvorens ze over te maken. Dit met de gedachte dat de diaconie zo nog rente vangt. Diaconaal geld is evenmin bedoeld om de tekorten in de eigen kerkelijke financiën weg te werken.

Attente gemeenteleden
De diaconie heeft zorg te dragen voor een juiste besteding van de gaven, die zij inzamelt. Er is dus een eigen verantwoordelijkheid van de diakenen als het gaat om het ondersteunen van mensen. Als iemand tekort komt, is het goed als de leden van de gemeente de diakenen daarop attent maken. Het is ook goed als deze leden de diakenen de middelen verschaffen om te helpen. Maar hoe er geholpen wordt, om welke bedragen het gaat, hoe lang de hulp zal duren, dat is iets dat de diakenen met diegenen die financiële bijstand behoeven regelen.
Anders gezegd: iemand die anderen wil helpen en daartoe de diaconie inschakelt, heeft wat betreft de uitvoering door de diakenen geen verantwoordelijkheid. Hij of zij kan niet zeggen hoe de diaconie die hulp moet verlenen. Het feit dat zij of zij geld geeft (aan de Here Jezus!), betekent niet dat zij/hij ook bepaalt waar dat geld heen moet gaan en in welke mate. Geld dat we geven aan de Here Jezus is, op het moment dat we het geven, niet meer van ons. Als we het persé aan een bepaald persoon willen geven, moeten we dat zelf doen.

Verantwoordelijkheden
Er is dus tweeërlei verantwoordelijkheid. De eerste heeft te maken met het omzien naar mensen in bijvoorbeeld financiële problemen. Als we deze mensen kennen, hebben we de verantwoordelijkheid de diakenen op hen attent te maken. Uiteraard staat het ons vrij om, zonder er iemand in te kennen, hen persoonlijk te helpen. Maar dan kan er, zoals ik hiervoor beschreef, een vervelende vorm van afhankelijkheid ontstaan. Onze tweede verantwoordelijkheid is dat we de diakenen de middelen verschaffen om mensen in nood te helpen. Als ik die twee verantwoordelijkheden voor mijzelf integreer, kan het zijn dat ik geld geef aan de diaconie met het verzoek dat te willen geven aan een ‘arme’. Ik mag echter niet geven onder de voorwaarde dat de diaconie dat ook inderdaad doet. De diakenen hebben een eigen verantwoordelijkheid in dit opzicht.

Fiscale motieven?
Addertje onder het gras kan zijn, dat een gift aan de diaconie aftrekbaar is voor de belasting. Dat is echter geen argument in de kerk, al kan het van betekenis zijn voor de ‘gever’. Dit is een ander soort verantwoordelijkheid en een ander belang, dat voor de diakenen in hun afweging niet een fundamenteel argument is. Zij hoeven er geen rekening mee te houden. Op het moment dat ze dat wel gaan doen, is het gevaar aanwezig, dat er allerlei oneigenlijke motieven binnensluipen. Dan is het niet meer mogelijk hun taak op de ‘rechte’ wijze te vervullen of de gaven op de ‘juiste’ wijze te besteden, zoals het bevestigingsformulier zegt. Diakenen staan, als het aankomt op het verlenen van steun, in dienst van Christus. Niet in die van de gevers! Ook niet in die van gevers met goede bedoelingen. Zeker niet in die van gevers van grote bedragen.


Tenslotte
Aan de eigen verantwoordelijkheid van de diaconie, om het diaconale geld, dat de gemeente heeft gegeven aan de Here Jezus, namens Hem uit te delen aan de armen, mag niet worden getornd. Evenmin aan die van de leden van de gemeente om de diakenen in kennis te stellen van mensen in nood en de diakenen van middelen te voorzien om die nood te lenigen.



Drs. Herman van Well is werkzaam als diaconaal beleidsmedewerker op het Diaconaal Bureau van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Veenendaal.

terug