Samen sta je sterker

Ouderlingen en diakenen zijn beide gegeven aan de gemeente. Daarbij hebben beide ambten hun eigen duidelijke en specifieke accenten. Daarnaast zijn er raakvlakken en soms zelfs overlappingen. Maar de kerntaken van beide ambten zijn herkenbaar verschillend. Als je dat weet kun je prima samenwerken.

Eigen profiel maakt stabiel

Ouderlingen en diakenen zullen elkaar tegenkomen in hun ambtswerk. Niet als concurrenten, maar als dienaren die elkaar aanvullen en kunnen versterken.  Het is daarom belangrijk van elkaar te weten waar je verantwoordelijk voor bent. Eigen profiel maakt stabiel. Het volgende schema geeft dit overzichtelijk weer.

Uitgangspunten bij samenwerken

  1. Samenwerken met ouderlingen is goed en nuttig, omdat ouderlingen en diakenen met dezelfde gemeenteleden te maken hebben. Maar samenwerken is iets anders dan alles samen doen en dan (bijna) altijd samen met een ouderling op bezoek gaan.
  2. Samenwerking tussen ouderlingen en diakenen wordt gedragen door liefde voor Christus en zijn gemeente en door een collegiale en dienstbare houding.
  3. Je eigen profiel maakt je stabiel in de samenwerking met ouderlingen. Als diaken ben je primair gericht op het functioneren van de gemeente als christelijke gemeenschap waar mensen naar elkaar omzien en elkaar helpen en waar gelet wordt op de noden in de samenleving. Daarbij is het diaconaal huisbezoek een belangrijk middel om duidelijk te maken dat het diaconaat een eigen kernactiviteit van de gemeente is (naast o.a. het pastoraat).

Werkafspraken tussen ambtsdragers

Waar in gemeenten wordt samengewerkt of samen gedaan tussen ouderling en diaken is het belangrijk om goede werkafspraken te maken. De ouderling en de diaken zullen op de hoogte moeten zijn van elkaars doelen en kerntaken en die doelen wederzijds respecteren en bevorderen.
Daarna zullen ze concrete werkafspraken maken over samenwerking, informatie uitwisseling en optreden naar gemeenteleden.
Maak het bespreekbaar als het werk je boven het hoofd groeit. Blijf er niet mee rondlopen als je vindt dat je collega-ouderling je te weinig informeert of geen interesse toont in het diakenwerk.

Niveau’s

Niveau’s in samenwerking

In de samenwerking moeten we eigenlijk een paar niveau’s onderscheiden:

  • verantwoordelijkheid: het gezamenlijk belang
  • beleidsmatig: overleggen, afstemmen en verdelen op basis van eigen profiel
  • informatief: elkaar op de hoogte houden, zowel over situatie als over aanpak
  • praktisch: samen dingen doen en samen op pad gaan

De eerste twee zijn altijd aan de orde. Het is goed om daar eenmaal per seizoen een bespreking op de kerkenraad aan te wijden: hoe zien we elkaars profiel en welke afspraken maken we over diverse situaties. Bijvoorbeeld wat het bezoekwerk betreft.

De derde vloeit daar niet meteen uit voort. Als een ouderling te maken heeft met een jongere die zegt God kwijt te raken, dan lijkt het mij wel zinvol als de diaken dat weet. Maar een diaken hoeft daar verder geen details over te horen. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor een diaken. Als hij ergens bezig is met schuldsanering e.d. is dat voor de ouderling wel belangrijk om te weten, maar kan een ouderling dat beter loslaten.
Maar er zijn natuurlijk ook legio voorbeelden te bedenken, waarbij ouderling en diaken allebei betrokken zijn. Een ernstig ongeval roept niet alleen praktische, maar ook geestelijke vragen op. Dan is afstemmen heel erg belangrijk.

Concreet

Concreet

Hieronder vind je een aantal suggesties voor concrete samenwerking:

  • Overleg regelmatig over de wijk en nodig daar dan ook de wijkcoördinator, eventuele bezoekbroeders en – zusters bij uit.
  • Het verdelen van bezoeken (je overlegt wel over de bezoeken die gebracht worden zowel door de ouderling als door de
  • diaken, maar dat betekent niet dat je ook samen op bezoek gaat);
  • Het samen nadenken over een aanpak / eventueel informeren bij instanties of contact opnemen met adviseurs of organisaties;
  • Het stimuleren van gemeenteleden voor steun rondom een bepaald adres;
  • Het organiseren van de diaconale/pastorale wijk. Je kunt samen diverse activiteiten bedenken en (laten) uitvoeren voor de onderlinge betrokkenheid binnen de wijk en naar buiten.
  • Informeer elkaar proactief over het werk binnen de wijk.
  • Bid  samen voor de wijk.

Eigen profiel maakt stabiel. Weet waar je focus als diaken ligt. Ken ook de focus van de ouderling. Werk van daaruit samen en behandel elkaar niet als concurrenten.

Aandachtspunten

Aandachtspunten

  1. De plus- en minpunten van de samenwerking met de ouderlingen moeten een regelmatig terugkerend agendapunt van de diaconievergaderingen zijn. Zonodig kunnen door de diakenen verbeterpunten voor de samenwerking aangedragen worden die met de kerkenraad besproken worden.
  2. Er worden op kerkenraadsniveau (‘breed’) duidelijke afspraken gemaakt over de samenwerking tussen ouderlingen en diakenen op concrete punten (zoals diaconaal huisbezoek in relatie tot pastoraal huisbezoek, ziekenbezoek, zorg en hulp bij psychische problemen). Het is zinvol om minstens één keer per seizoen een kerkenraadsgesprek te organiseren over het eigen profiel van ouderling en diaken aan de hand van een praktijksituatie. Bij die gelegenheid kunnen de samenwerkingsafspraken zonodig aangevuld en verbeterd worden.
  3. Voor het werk in de wijk is structureel overleg met ouderlingen cruciaal voor een efficiënte samenwerking. Dit overleg gaat over de optimalisering van pastorale zorg en van diaconale hulp voor gemeenteleden en over de afstemming van werkzaamheden (wie doet wat en wanneer?). Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden inzake informatie-uitwisseling tussen ouderling(en) en diakenen (betreffende financiële hulp aan gemeenteleden, tuchtmaatregelen, kerkenraadsbeleid met het oog op bepaalde gemeenteleden enz.).
  4. Dit wijkoverleg vraagt om goede voorbereiding en organisatie en zou minimaal twee keer per jaar moeten gebeuren. Het kan goed zijn om een deel van een kerkenraadsvergadering (‘breed’) aan dit overleg te besteden.
  5. Met je collega-ouderling(en) wordt afgesproken dat jullie elkaar mogen oproepen om bepaalde gemeenteleden te bezoeken.
  6. Het is zinvol om met je collega-ouderling(en) af te spreken dat de positieve en negatieve aspecten van de onderlinge samenwerking open en eerlijk uitgesproken worden en dat hij en jij daarop aanspreekbaar zijn.a

Gezamenlijk huisbezoek

Op de achtergrond hiervan spelen verschillende zaken. In veel gemeenten lukt het bijna niet meer om de vacatures voor ouderling te vervullen. Daardoor wordt er gekeken naar oplossingen en zo’n oplossing is om de diaken mee te nemen op huisbezoek. Daar komt bij dat in sommige gemeenten het diaconale huisbezoek niet goed van de grond is gekomen.

Wat vaak gebeurt is dat de diaken gaat ‘meeliften’ met de ouderling (hij laat de ouderling wel praten…). De diaken verdwijnt (om zo te zeggen) achter de brede rug van de ouderling. Het gevolg zal zijn dat voor het besef van de gemeente niet echt duidelijk is wat het eigen taakprofiel van ouderlingen en diakenen is. De diaken raakt zijn identiteit kwijt en de ouderling raakt overbelast. En de gemeente houdt de armen over elkaar. Kortom, ken als diaken je profiel, en sta daar ook voor, want je eigen profiel maakt stabiel!

Wees alert!

Wees alert op je eigen plaats te midden van andere ambtsdragers. Je bent geen hulpouderling. Hou je eigen ambtsprofiel in het oog. Besteedt aandacht aan de talstelling voor nieuwe ambtsdragers. Zorg dat het werk goed wordt overgedragen aan nieuwe diakenen. Geef een goede invulling aan het agendapunt ‘Diaconale zaken’ op de kerkenraadsbijeenkomst.
Neem zelf het initiatief tot regelmatig contact met je collega-ouderling.
Informeer hem voortdurend. Communiceer naar de kerkenraad.