Signaleren van financiële nood

Van oudsher heeft de diaconie een belangrijke taak in het steunen van mensen in financiële nood. Deze taak wordt weer erg actueel nu het sociale vangnet steeds grotere mazen krijgt waar mensen doorheen vallen. Grote kans dus dat je als diaken te maken krijgt met situaties van schulden en armoede, binnen en buiten de kerkelijke gemeente. Hoe signaleer je dat?

Risicogroepen herkennen

Ondanks stijgende armoedecijfers, ontdek je armoede vaak niet zo gemakkelijk. Het is helemaal niet makkelijk om toe te geven dat je het alleen niet redt. Niemand loopt er mee te koop. Daardoor blijft armoede vaak lang verborgen. Lastig voor jou als diaken. Hoe krijg je er toch zicht op?

Allereerst is het belangrijk dat je weet welke mensen extra kwetsbaar zijn en grotere risico’s lopen op financiële problemen. Hier zie je enkele risicofactoren, zodat je alert kunt zijn:

  • Alleenstaande ouders met kinderen (52%)
  • Mensen zonder betaald werk (48%)
  • Ouderen (36%)
  • Asielzoekers (35%)
  • Mensen met psychische problemen (32%)
  • Mensen met een chronische ziekte of handicap (26%)
  • Gezinnen waarin slechts één persoon betaald werkt (18%)
  • Mensen met een onvolledige AOW (11%)
  • Mensen met een parttime baan (8%)
  • Jongeren (7%)

Check als diaken regelmatig wie er in je wijk en gemeente tot deze kwetsbare groepen behoren. Informeer gemeenteleden ook over deze kwetsbare groepen, → woordherhaling zodat onderling en in de buurt ook een oogje in het zeil kan worden gehouden.

Niet iedereen in deze groepen heeft financiële problemen en je vindt deze problemen ook in andere groepen. Maar hier vind je wel de meeste. Dat feit alleen kan al helpen om het onderwerp bespreekbaar te maken. Dat doe je natuurlijk met een beetje voorzichtigheid en tact. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Ik heb gemerkt dat alleenstaande ouders met kinderen financieel vaak grote zorgen hebben. Hoe doen jullie dat eigenlijk?’

Signalen opvangen

Naast de feiten waaraan je risicogroepen kunt herkennen, zijn er ook bepaalde signalen die je meer kunnen vertellen. Dit kan erop wijzen dat er sprake is van armoede:

  • Men draagt kleding die niet past bij het huidige seizoen.
  • In de winter is het koud in huis.
  • Het meubilair is oud of kapot.
  • Slecht verzorgde en onderhouden tuin en woning.
  • De kinderen krijgen niet elke dag een lunchpakketje mee naar school.
  • De kinderen gaan nooit mee op kamp of schoolreisje als daarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd.
  • Er staat niet elke dag een warme maaltijd op tafel.
  • Men is geen lid van een muziek- of sportvereniging (staat er een sporttas onder de kapstok?).
  • Men gaat niet op vakantie.
  • Men betaalt geen kerkelijke bijdrage.
  • Veel ongeopende enveloppen die rondslingeren of ergens in een doos liggen.

Let op combinaties van mogelijke signalen, maar trek geen overhaaste conclusies. Gebruik je eigen ogen en oren en die van de wijkouderling, predikant en gemeenteleden. Vraag hen signalen die zij opvangen door te geven. Bedenk ook dat vrouwen vaak hele andere dingen zien dan mannen.

Voelsprieten ontwikkelen

Bovenstaande lijst is niet uitputtend. Staar je er niet blind op. Niet iedereen met versleten meubilair heeft een financieel probleem. Sommige mensen geven gewoon weinig waarde aan mooie meubels. Maar dit lijstje kan je wel helpen voelsprieten te ontwikkelen, zodat je situaties beter gaat herkennen.

Tips voor een gesprek over financiële nood

  • Bekijk de verschillende tips op de website www.leren.nl.
  • Vul stiltes in een gesprek niet te snel op. Stiltes kunnen rust creëren en geven de andere de gelegenheid om na te denken alvorens wat te zeggen.
  • Om de sfeer van de controleur te vermijden, kun je pen en papier bij het begin van het gesprek rustig nog even in je tas laten. Verderop in het gesprek, of eenmaal weer thuis, kun je altijd nog de benodigde gegevens noteren.
  • Maak jezelf er mee vertrouwd om aan het eind van een bezoek gewoon en ontspannen je rol als diaken te vertellen: ‘Als diaken weet ik uit ervaring dat je zomaar financieel in de knel kunt komen. Vaak hebben mensen de neiging om dat voor zichzelf te houden. Mocht zoiets zich bij jullie voordoen, dan wil ik dat jullie weten dat ik bereikbaar en beschikbaar ben om te luisteren en mee te denken over oplossingen. Aarzel niet om dan contact met me op te nemen.’