Armoede en diaconale steun

Van oudsher heeft de diaconie een belangrijke taak in het steunen van mensen in financiële nood. Deze taak wordt weer erg actueel nu het sociale vangnet steeds grotere mazen krijgt waar mensen doorheen vallen. Grote kans dus dat je als diaken te maken krijgt met situaties van schulden en armoede, binnen en buiten de kerkelijke gemeente. Hoe bied je dan verantwoorde en barmhartige steun?

Als het om de centen gaat…

Hoe ga je om met een concrete situatie waarin diaconale steun nodig is? Welke criteria stel je? De brochure ‘Als het om de centen gaat’ helpt je praktisch op weg.

Uit het leven gegrepen

Je moet steeds weer op zoek naar wegen om met nog minder rond te komen. Je bezuinigt zelfs op eten! Kleren kopen bij de kringloopwinkel, daar ben ik al lang aan gewend. Steeds proberen om nog maar weer een euro goedkoper uit te zijn. Als je als uitkeringsgerechtigde niet steeds het allergoedkoopste van het goedkoopste op de kop weet te tikken, dan haal je het eind van de maand niet. Je kunt echt niet meer elke dag warm eten.

Janita
Janita

Vorig jaar had ik nog 33 euro per week te besteden. Dat haal ik niet meer. Ik kocht toen eens per week in het weekend een stukje kaas. Nu eens per maand. Koffie? Het apparaat is de deur uit. Aan dat soort dingen merk ik dat je steeds meer bezuinigt. Ik ga er niet dood van, maar het is waardeloos. Ik snap best dat iedereen in moet leveren, maar bij mensen met een laag inkomen komt dat extra hard aan. Wij kunnen niet verder terug! Niet voor niets raken steeds meer mensen in de schulden.

Margriet
Margriet

De voorbeelden van Janita en Margriet zijn uit het leven gegrepen en voor menig diaken herkenbaar. De diaconie heeft altijd al een belangrijke taak gehad in het steunen van mensen in financiële nood. Deze taak wordt steeds actueler gelet op de economische crisis en het afbrokkelen van de verzorgingsstaat. De kans is dan ook groot dat je als diaken te maken krijgt met situaties van schulden en armoede, binnen en buiten de kerkelijke gemeente. Maar wat is armoede eigenlijk?

Wat is armoede?

Je voelt wel aan dat armoede in Nederland niet hetzelfde is als armoede in Ethiopië. Hoe zit dat dan? Volgens een gangbare definitie ben je arm, wanneer je voor langere tijd te weinig middelen hebt voor het minimale levenspeil dat in je cultuur geldt en je daarmee dus uitgesloten bent van wat deze cultuur als normaal ziet. Armoede is dus een relatief begrip. Het hangt ervan af wat je maatschappij als ‘minimaal benodigd’ beschouwt. Kom je daar onder, dan ben je arm en kun je in je eigen samenleving niet meer goed mee doen. Tot dat minimale levenspeil behoren de dagelijkse levensbehoeften zoals voeding en kleding, huur, gas, water en elektra, ziekenfondspremie en verzekeringen. Maar ook het sociaal maatschappelijk verkeer, omdat financiële problemen vaak resulteren in een sociaal isolement.

Enkele feiten over armoede

  • Nederland kent eind 2010 6,9 miljoen huishoudens. Daarvan leven er dan 529.000 (7,7%) onder de lage-inkomensgrens. Die huishoudens tellen 1.091.000 personen, van wie 327.000 kinderen jonger dan 18 jaar, van wie bovendien 108.000 al langer dan vier jaar in deze omstandigheden leven.
  • Er zijn 130 voedselbanken in Nederland, die 25.000 huishoudens ondersteunen bij hun dagelijkse eerste levensbehoeften. Dat zijn 60.000 mensen. Die passen samen niet eens in de Amsterdam Arena!

‘Ik heb gemerkt dat alleenstaande ouders met kinderen financieel vaak grote zorgen hebben. Hoe doen jullie dat eigenlijk?’

Risicogroepen

Ondanks stijgende armoedecijfers, ontdek je armoede vaak niet zo gemakkelijk. Niemand loopt er mee te koop. Daardoor blijft armoede vaak lang verborgen. Lastig voor jou als diaken. Hoe krijg je er toch zicht op? Allereerst is het belangrijk dat je weet welke mensen extra kwetsbaar zijn en grotere risico’s lopen op financiële problemen:

  • Alleenstaande ouders met kinderen (52%)
  • Mensen zonder betaald werk (48%)
  • Ouderen (36%)
  • Asielzoekers (35%)
  • Mensen met psychische problemen (32%)
  • Mensen met een chronische ziekte of handicap (26%)
  • Gezinnen waarin slechts één persoon betaald werkt (18%)
  • Mensen met een onvolledige AOW (11%)
  • Mensen met een parttime baan (8%)
  • Jongeren (7%)

Check als diaken regelmatig wie er in je wijk en gemeente tot deze kwetsbare groepen behoren.
Niet iedereen in deze groepen heeft financiële problemen en je vindt deze problemen ook in andere groepen. Maar deze groepen zijn extra kwetsbaar en dat feit alleen kan al helpen om het onderwerp bespreekbaar te maken. Dat doe je natuurlijk met een beetje voorzichtigheid en tact. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Ik heb gemerkt dat alleenstaande ouders met kinderen financieel vaak grote zorgen hebben. Hoe doen jullie dat eigenlijk?’

Tips voor het gesprek

  • Bekijk de verschillende tips op de website www.leren.nl
  • Vul stiltes in een gesprek niet te snel op. Stiltes kunnen rust creëren en geven de andere de gelegenheid om na te denken alvorens wat te zeggen.
  • Om de sfeer van de controleur te vermijden, kun je pen en papier bij het begin van het gesprek rustig nog even in je tas laten. Verderop in het gesprek, of eenmaal weer thuis, kun je altijd nog de benodigde gegevens noteren.
  • Maak jezelf er mee vertrouwd om aan het eind van een bezoek gewoon en ontspannen je rol als diaken te vertellen:‘Als diaken weet ik uit ervaring dat je zomaar financieel in de knel kunt komen. Vaak hebben mensen de neiging om dat voor zichzelf te houden. Mocht zoiets zich bij jullie voordoen, dan wil ik dat jullie weten dat ik bereikbaar en beschikbaar ben om te luisteren en mee te denken over oplossingen. Aarzel niet om dan contact met me op te nemen.’

Signalen

Er zijn ook concrete signalen die erop kunnen wijzen dat er sprake is van armoede. Let op combinaties van mogelijke signalen, maar trek geen overhaaste conclusies. Gebruik je eigen ogen en oren en die van de wijkouderling, predikant en gemeenteleden. Vraag hen signalen die zij opvangen door te geven. Bedenk ook dat vrouwen vaak hele andere dingen zien dan mannen.

Voorbeelden van signalen:

  • Men draagt kleding die niet past bij het huidige seizoen.
  • In de winter is het koud in huis.
  • Slecht verzorgde en onderhouden tuin en woning.
  • De kinderen krijgen niet elke dag een lunchpakketje mee naar school.
  • De kinderen gaan nooit mee op kamp of schoolreisje als daarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd.
  • Men is geen lid van een muziek- of sportvereniging (staat er een sporttas onder de kapstok?).
  • Men gaat niet op vakantie.
  • Men betaalt geen kerkelijke bijdrage.
  • Veel ongeopende enveloppen die rondslingeren of ergens in een doos liggen.

Dit lijstje kan je helpen voelsprieten te ontwikkelen waardoor je situaties beter gaat herkennen.

Verlaag de drempel

Informeer de gemeente expliciet over je hulpaanbod en doe dat  zo concreet mogelijk. Maak bijvoorbeeld een goede informatiefolder. Dat kan een simpel a4’tje zijn, waarin je jezelf voorstelt als diaconie. Omschrijf daarbij ook beknopt welke spelregels er zijn en welke criteria de diaconie hanteert voor het geven van hulp. Deze informatiefolder geef je  dan af bij een bezoek.

Handboek voor diakenen

Bovenstaande komt uit het hoofdstuk ‘Hulp bij armoede en schuld’ uit het Handboek voor diakenen. Dit handboek biedt diakenen een schat aan praktische informatie over een breed aantal relevante onderwerpen. Voor €17.90 kun je het handboek bestellen bij het Diaconaal Steunpunt. Je betaalt dan geen verzendkosten.

afbeelding: flickr.com